(Bedrijfs)maatschappelijk werk: het centrale domein

De arbeidsproductiviteit neemt toe “arbeid wordt topsport”. Hierdoor groeit het uitval van mensen die het
tempo niet bij kunnen houden.
Ik werk vanuit de volgende visie en missie.

 

Visie

Ik geef mijn professionele handelen vorm vanuit de volgende visie: een gezond werkklimaat levert gezonde
en gemotiveerde werknemers op, wat ertoe leidt dat het ziekteverzuim laag blijft, hetgeen invloed heeft
op de bedrijfsresultaten.

 

Missie

Ik stel als bedrijfsmaatschappelijk werker mijn professionele expertise beschikbaar aan werknemers
en managers in bedrijven. Hierdoor draag ik als bedrijfsmaatschappelijk werker bij aan de optimalisering
van het functioneren van medewerkers in de arbeidssituatie. Ik neem bij de uitoefening van mijn beroep
de professionele standaard in acht en streef naar het waarborgen mijn professionele kwaliteit.

 

 

Het centrale domein vanuit waar ik werk als bedrijfsmaatschappelijk werker

Bedrijfsmaatschappelijk werk is een gespecialiseerde vorm afgeleid van het domein van de
maatschappelijk werker. In het domein van de maatschappelijk werker staat de wisselwerking tussen
individuele- en omgevingsfactoren centraal. De maatschappelijk werker is geschoold in de analyse
van deze wisselwerking en betrekt deze bij de begeleiding. De omgevingsgebonden benadering kenmerkt
zich door de gerichtheid op de kracht en de mogelijkheden van zowel het individu als in diens sociale omgeving.

De verbijzondering van het bedrijfsmaatschappelijk werk domein heeft dus betrekking op een specifiek
onderdeel van de sociale omgeving: namelijk de arbeidsorganisatie. Het centrale domein van de
bedrijfsmaatschappelijk werker is dus begeleiding van medewerkers met arbeidsgerelateerde psychosociale
problematiek. Wat is dat nu arbeidsgerelateerde problematiek? Arbeidsgerelateerde problematiek zijn die
problemen, die direct of indirect uit de werksituatie voortvloeien, en problemen die samenhangen met de
privé-situatie maar van invloed zijn op het functioneren als medewerker.

 

Wanneer en waarvoor kan men nu een werknemer verwijzen naar mij?
Hieronder volgt een aantal voorbeelden:

·        verstoorde arbeidsverhoudingen, conflicten, spanningen in de relatie met collega’s, chef of
   ondergeschikten;

·        gebrek aan motivatie, of het ervaren van over- of onderbelasting in het werk;

·        onzekerheid over het voortbestaan van het werk, de functie of het bedrijf;

·        traumabegeleiding;

·        verminderd functioneren, disfunctioneren;

·        reïntegratie na langdurig ziekteverzuim;

·        ingrijpende gebeurtenissen in de werksituatie, agressie en geweldservaringen;

·        ongewenste omgangsvormen denk aan pesten, discriminatie, seksuele intimidatie;

·        aanpassingsproblemen na organisatieverandering, overplaatsing of functieverandering;

·        verlies van werk of functie, verlies van inkomen of status na demotie;

·        zingevingsvragen met betrekking tot arbeid;

·        vragen inzake loopbaanontwikkeling in samenhang met persoonlijke kenmerken  ( employability);

·        persoonlijke problematiek (bijvoorbeeld schulden; echtscheiding, rouw) voor zover zij de
werksituatie beïnvloeden en kortdurend te behandelen zijn.

 

De interventies die ik pleeg, hebben zowel een curatief als preventief karakter. Doelgerichte
begeleiding van (kort of langer) verzuimende medewerkers doet het risico van het voortbestaan
van het verzuim afnemen. Werknemers die met persoonlijke problematiek te maken hebben waarbij
kortdurende begeleiding niet toereikend is, verwijs ik in de regel door naar het reguliere circuit.
Ik houd dan wel vinger aan de pols en kan een cliënt ondersteunen indien de cliënt met een wachtlijst
te maken heeft. Ik bied dan een overbruggingstraject aan.

 

Vanuit mijn achtergrond als psychociale therapeut kan het zijn dat ik de  medewerker vanuit die hoek
ga begeleiden en dit zal ik dan afstemmen met de werknemer en werkgever.

 

De kenmerken vanuit waar ik werk zijn

 

deskundigheid/methodisch handelen/methodisch verantwoord handelen;

beroepsgeheim en

onafhankelijkheid